Ingrijpende stelselherziening WIA is onvermijdelijk volgens IBO-rapport
Het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) naar de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) concludeert dat het Nederlandse arbeidsongeschiktheidsstelsel op een cruciaal breekpunt staat. Door stijgende instroom, enorme achterstanden en een complexe uitvoering is het huidige pad niet houdbaar en zijn vergaande ingrepen nodig. Dit IBO-rapport (“Werk aan de WIA – naar een stelsel dat weer werkt”) is ambtelijk, onafhankelijk opgesteld door meerdere ministeries, UWV, CPB en SCP en op 12 december 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden.
Zie het nieuwsbericht op rijksoverheid.nl. 

Het WIA-stelsel bevindt zich in een structurele crisis. Drie trends komen samen:

  1. Sterk stijgende WIA-instroom, met meer dan 60.000 nieuwe instromers per jaar, bijna een verdubbeling sinds 2006.
  2. Grote uitvoeringsachterstanden bij het UWV, met dreigende wachttijden tot drie jaar voor beoordelingen.
  3. Tekort aan verzekeringsartsen en complexe wet- en regelgeving, waardoor kwaliteit en tempo van beslissingen onder druk staan.

Belangrijkste bevindingen uit het IBO-rapport
Ad. 1 Instroom en kenmerken
Ziekteverzuim ligt structureel boven 5%, vergelijkbaar met begin jaren 2000.
Meer dan 600.000 mensen ontvangen een WIA-uitkering, dit is circa 1 op de 13 werknemers.
Psychische aandoeningen verklaren >40% van de instroom, vooral bij jongeren en vrouwen.
Ad. 2 en 3 Wachtlijsten en uitvoeringsproblemen
Zonder ingrepen lopen de achterstanden op tot 200.000 wachtenden in 2030.
Gemiddelde wachttijd voor een uitspraak kan dan 3 jaar worden.
Dit is maatschappelijk onaanvaardbaar en leidt tot onzekerheid voor cliënten en werkgevers.

Noodkreet: het stelsel kraakt aan alle kanten
Het Interdepartementale Beleidsonderzoek (IBO) naar de WIA laat weinig ruimte voor twijfel: zonder ingrijpen loopt het arbeidsongeschiktheidsstelsel vast. Niet alleen inhoudelijk, maar ook financieel en uitvoerend.
De combinatie van:

  • sterk stijgende WIA-instroom,
  • langdurige wachttijden bij het UWV,
  • een structureel tekort aan verzekeringsartsen,
  • en een complex financieringssysteem

maakt dat het rapport expliciet spreekt over ingrijpende en pijnlijke scenario’s. Sommige voorstellen, zoals het structureel verdwijnen van de IVA, zijn niet zozeer wenselijk, maar worden gepresenteerd als laatste redmiddel als politiek en beleidsmatig niets gebeurt.

Doormodderen is geen optie
Het IBO-rapport luidt de noodklok hard. De cijfers laten zien waarom het huidige stelsel niet meer houdbaar is.

  • Jaarlijks meer dan 60.000 nieuwe WIA-instromers
  • Ruim 600.000 lopende WIA-uitkeringen
  • Meer dan 40% psychische aandoeningen
  • Oplopende wachttijden richting 3 jaar
  • Dreiging van 200.000 wachtenden rond 2030

Het IBO is hierin helder en schetst drie scenario’s van bijsturen tot ontmantelen.

Scenario 1 – Bijsturen en stabiliseren binnen het bestaande stelsel

  • Vereenvoudiging van beoordelingen
  • Minder herbeoordelingen
  • Taakdifferentiatie bij sociaal-medische beoordelingen
  • Behoud van IVA

Effect: uitvoerbaarheid wordt iets verbeterd, maar structurele problemen blijven.

Scenario 2 – Afschaffing IVA en nieuw activeringsmodel
Dit scenario is gebaseerd op het werkscenario van OCTAS, maar gaat nog verder in die zin dat er geen duurzame inkomensvoorziening meer is voor volledig arbeidsongeschikten.

  • De IVA verdwijnt voor nieuwe instroom
  • Volledig arbeidsongeschikten krijgen géén duurzame inkomensvoorziening meer
  • Er komt een maximale re-integratie-uitkering van 3 jaar, met werkplicht
  • Lukt werken niet (meer)? Dan volgt geen uitkering meer vanuit de WIA

Dit scenario raakt rechtstreeks aan bestaanszekerheid, rechtsbescherming en solidariteit. Het rapport is expliciet: dit scenario wil men eigenlijk voorkomen, maar het blijft over als het stelsel anders niet meer uitvoerbaar is.

Scenario 3 – Fundamentele stelselwijziging
Scenario 3 gaat verder dan repareren of vereenvoudigen. Dit scenario vertrekt vanuit de gedachte dat het huidige onderscheid tussen WGA, IVA, loonaanvulling, vervolguitkering en duurzaamheidsbeoordelingen niet langer uitvoerbaar is.
De kern van dit scenario is:

  • minder medische en juridische fijnmazigheid,
  • lagere uitvoeringslasten,
  • meer voorspelbaarheid,
  • maar ook: lagere en uniformere inkomensbescherming.

In scenario 3 wordt afscheid genomen van loongerelateerde uitkeringen zoals we die nu kennen. De gedachtegang is dat inkomensbescherming niet langer primair gekoppeld is aan het laatstverdiende loon, maar aan een collectief, uniform vangnet.

Het IBO schetst bij scenario 3 een model waarbij het uitkeringsniveau:

  • wordt gekoppeld aan het wettelijk minimumloon (WML),
  • of daar net boven, afhankelijk van beleidskeuzes.

Indicatief betekent dit:

  • ongeveer 70% van het WML (vergelijkbaar met bijstandsniveau, maar zonder vermogenstoets),
  • of maximaal 100% WML als absolute bovengrens.

Ook in scenario 3 staat activering centraal:

  • De uitkering is niet onbeperkt zonder tegenprestatie.
  • Er geldt een structurele werk- en participatieplicht, afgestemd op belastbaarheid.
  • Het vangnet is bedoeld als basisvoorziening, niet als eindstation.

De gedachte is: wie kan werken, werkt; wie (tijdelijk) niet kan werken, krijgt een basisinkomen; maatwerk verdwijnt grotendeels.

Wat verdwijnt in dit scenario 3?

  • IVA als aparte regeling
  • Duurzaamheidsbeoordelingen
  • Complexe herbeoordelingen
  • Loonafhankelijke uitkeringshoogtes
  • Premiedifferentiatie als sturingsinstrument (deels)

Scenario 3 is een paradigmaverschuiving:

  • van verzekeren naar voorziening,
  • van inkomensbescherming naar bestaansminimum,
  • van maatwerk naar eenvoud.

Het IBO presenteert dit scenario niet als voorkeursoptie, maar als denkbaar eindpunt wanneer:

  • uitvoeringsproblemen blijven bestaan,
  • instroom blijft stijgen,
  • en politieke keuzes worden uitgesteld.

En de oproep is: wie scenario 3 onwenselijk vindt, moet nu investeren in scenario 1 en 2.
Dat is de impliciete, maar zeer duidelijke boodschap van het rapport.

Lagere uitkeringsniveaus zijn volgens IBO onvermijdelijk
In alle varianten ligt het uitkeringsniveau aanzienlijk lager dan de huidige WGA-loonaanvulling en ver onder het niveau van de IVA (75% van het laatstverdiende loon tot max. dagloon). Met name middelbaar en hoger betaalde werknemers leveren in dit scenario fors in en het belang van private aanvullende verzekeringen wordt hiermee veel groter. Voor lagere inkomens is het verschil kleiner, maar de zekerheid en duur veranderen wezenlijk.

Keuze voor de korte termijn: scenario 1, minimaal het stabilisatiepakket
Voor de korte termijn zal de politiek snel moeten kiezen voor het stabilisatiepakket uit scenario 1. Dit pakket biedt geen structurele oplossing voor de onderliggende problemen in het arbeidsongeschiktheidsstelsel, maar is noodzakelijk om de huidige uitvoeringsproblemen het hoofd te bieden en verdere ontwrichting te voorkomen.

De keuze voor scenario 1 betekent concreet het volgende:

  1. Herschikking van taken verzekeringsartsen
    - Sociaal-medische beoordelingen niet uitsluitend door verzekeringsartsen.
    - Routinetaken kunnen worden uitgevoerd door andere professionals.
  2. Striktere procedure rond herbeoordelingen
    - Aanvragen voor herbeoordeling moeten inhoudelijk onderbouwd worden.
    - Werkgevers (of hun vertegenwoordigers) kunnen eventueel worden gevraagd hiervoor een bijdrage te leveren.
  3. Afschaffing IVA-uitkering voor nieuwe gevallen
    - Nieuwe gevallen van blijvend volledige arbeidsongeschiktheid krijgen voortaan een WGA-uitkering.
    - Complexe duurzaamheidsbeoordelingen vervallen, wat uitvoering vereenvoudigt.
  4. Sterkere focus op preventie en activering
    - Beter toezicht en ondersteuning bij re-integratie.
    - Versterkte ondersteuning voor werkgevers bij terugkeer van gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

Afschaffing van de IVA-uitkering en voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten alleen een re-integratie-uitkering
De verwachting is dat er snel wordt doorontwikkeld aan scenario 2, dat we overgaan naar een re-integratie-uitkering voor iedereen die nog kan werken, met een werkplicht. Opvallend is dat het IBO heel duidelijk is dat er geen structurele IVA-uitkering meer kan bestaan als werken niet meer mogelijk is. Bij het voorstel van OCTAS hielden volledig arbeidsongeschikten nog wel een einduitkering conform het huidige niveau. Bij het IBO-rapport wordt dit ook al als financieel onhoudbaar gezien. Het rapport adviseert extra focus op preventieve inzet, intensieve re-integratieondersteuning en betere dienstverlening aan werkgevers om terugkeer naar werk te stimuleren.

Wat raadt het IBO af?

  • Verkorten van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van 2 naar 1 jaar wordt afgewezen als beleidsoptie; deze maatregel blijkt juist effectief in het verminderen van verzuim en leidt bij verlaging tot een stijging van de instroom in de WIA.
  • Fundamentele stelselwijzigingen, bijvoorbeeld koppeling van de uitkering aan het minimumloon, worden als politieke keuzepunten gepresenteerd, maar niet als direct noodzakelijk voor het basisstabilisatiepakket op korte termijn.

Discussie loondoorbetaling bij ziekte: oud debat, nieuwe context
Werkgeversorganisaties pleiten al geruime tijd voor een verkorting van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van twee naar één jaar. Hun kernargumenten zijn bekend: de financiële en organisatorische druk op werkgevers, met name in het mkb, en het risico op langdurige uitval zonder perspectief.
Ook de commissie OCTAS hield in haar advies bewust vast aan twee jaar loondoorbetaling bij ziekte. Daarbij woog zwaar dat deze periode werkgevers en werknemers dwingt tot actieve inzet op re-integratie, met aantoonbaar effect op het beperken van instroom in de WIA. Het IBO-rapport kiest nadrukkelijk voor behoud van de tweejaarsperiode, omdat verkorting volgens de analyse leidt tot hogere instroom in de WIA en daarmee tot extra druk op een toch al overbelast stelsel. Daarmee sluit het rapport aan bij de lijn van OCTAS, maar blijft het maatschappelijke en politieke debat over de optimale balans tussen preventie, uitvoerbaarheid en werkgeverslasten onverminderd actueel.

Vergelijking met de WAO
Los van het IBO-rapport verdient een historische kanttekening aandacht in deze Sensio nieuwsbrief. In het WAO-stelsel gold een wachttijd van één jaar, maar ook toen re-integreerde een substantieel deel van de werknemers voordat een WAO-aanvraag werd ingediend. Bij de verlenging van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte naar twee jaar bestond al het besef dat dit ook kon leiden tot een langere verzuimduur. De eerstejaarsevaluatie heeft daarbij nooit hetzelfde activerende effect gehad als het moment van aanvraag van een WAO-uitkering. Met andere woorden: een langere wachttijd is niet de enige verklarende factor voor succesvolle terugkeer naar werk.
Factoren als de arbeidsmarktcontext, kwaliteit van begeleiding, financiële en organisatorische prikkels en professionele ondersteuning spelen daarbij een cruciale rol. Juist op dit snijvlak kunnen casemanagers verzuim daadwerkelijk het verschil maken. Hoe eerder wordt geïntervenieerd op duurzame werkhervatting en, idealiter, al op preventie om uitval te voorkomen, hoe groter het effect, zowel voor de werknemer als voor de organisatie.

Impact voor praktijk en beleid 
De politiek moet keuzes maken voor de korte termijn stabilisatie en welke route het wordt naar een fundamentele stelselvernieuwing.
Casemanagers en werkgevers moeten zich voorbereiden op veranderingen in herbeoordelingen en re-integratiestrategieën. Een herbeoordeling wordt alleen nog uitgevoerd met een expliciete onderbouwing van de veranderende situatie. 
Verzekeraars en uitvoerders krijgen met een veranderende rol in sociaal-medische beoordelingen te maken waarbij ook andere partijen dan verzekeringsartsen de mate van arbeidsongeschiktheid vaststellen.

Vriendelijke groet,
Marjol Nikkels

Recente artikelen:

 

WIA-instroom vlakt af? De cijfers vertellen een heel ander verhaal.  

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (BAZ) 

 

Bekijk opleidingen
Uitschrijven   |   Bekijk online