|
Deze nieuwsbrief behandelt het coalitieakkoord Aan de Slag van D66, VVD en CDA en plaatst dit akkoord in het licht van de veranderingen voor de arbeidsmarkt, verzuim, WIA, WW en AOW.
Het hebben van werk is de motor onder bestaanszekerheid: inkomen, ritme, zingeving en meedoen. Tegelijkertijd laat het coalitieakkoord zien hoe groot de spanning op het stelsel inmiddels is. De arbeidsmarkt is krap, de bevolking vergrijst, het aantal arbeidsongeschikten neemt toe en de uitvoering van de sociale zekerheid loopt vast. In het akkoord is duidelijk een dubbele beweging te herkennen:
- Activeren waar het kan: van werk naar werk, leven lang ontwikkelen en snellere begeleiding
- Beschermen waar het moet: een vangnet, aandacht voor de menselijke maat en uitvoerbaarheid
In deze nieuwsbrief zet ik de hoofdlijnen op een rij, met praktische duiding voor casemanagers, HR-professionals, re-integratiespecialisten en inkomensadviseurs.
1. WIA op korte termijn: het IBO-rapport als routekaart (12 december 2025) Voor de WIA wordt het IBO-rapport leidend voor het beleid op korte termijn. In dit rapport is vastgesteld dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel vrijwel onuitvoerbaar is geworden en dat kwetsbare mensen onvoldoende tijdig en adequaat worden geholpen. De coalitie kiest daarom in eerste instantie voor stabilisatie van het stelsel, met als doel de uitvoerbaarheid te herstellen. Pas daarna wordt ingezet op verdere activering, voor zover dat op een menselijke manier mogelijk is.
Het coalitieakkoord maakt daarbij expliciet onderscheid tussen korte- en langetermijnmaatregelen en benoemt onder meer:
- opvolging van adviezen van experts op het gebied van uitvoerbaarheid en menselijke maat;
- investeringen in taakherschikking om knelpunten in beoordeling en uitvoering te verminderen;
- intensievere handhaving op preventie door de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- verbetering van de samenwerking tussen verzekeringsarts en bedrijfsarts;
- meegroeiende re-integratie, waarbij inzet en middelen meebewegen met herstel en belastbaarheid;
- het stellen van meer voorwaarden aan WIA-herbeoordelingen;
- opvolging van het advies om de IVA voor nieuwe gevallen af te schaffen om verdere vastloop van de WIA te voorkomen;
- het arbeidsgeschiktheidsstelsel activerender inrichten waar dit verantwoord en menselijk is.
Deze koers laat zien dat de coalitie op korte termijn inzet op beheersbaarheid en herstel van vertrouwen in de uitvoering, voordat grotere stelselwijzigingen worden doorgevoerd.
Op korte termijn worden de WGA en de IVA samengevoegd tot één nieuwe WIA-regeling. Er komt geen duurzaamheidstoets meer, die nu veel tijd kost voor verzekeringsartsen. De maximale uitkering voor volledig arbeidsongeschikten bedraagt in dat geval 70 procent van het gemaximeerde dagloon.
De maatregelen voor de korte termijn moeten vooral rust en ruimte creëren in de uitvoering. Tegelijkertijd maakt het coalitieakkoord duidelijk dat hiermee de kernproblemen niet zijn opgelost. Daarom werkt de coalitie parallel aan een fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij de nadruk verschuift van beoordelen naar begeleiden en van instroom naar duurzame inzetbaarheid.
2. Middellange termijn: fundamentele herziening ziekte en arbeidsongeschiktheid Naast de korte-termijn aanpak, gericht op het werkbaar maken van de uitvoering, kondigt het akkoord een fundamentele herziening aan van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. De kern is helder: de primaire focus komt te liggen op snelle begeleiding naar werk en re-integratie moet lonen, met een zeker vangnet voor wie niet kan werken.
Elementen die expliciet worden genoemd:
- re-integratie begint al in de eerste ziekteperiode;
- betere integratie en het aanbod van werkcentra en arbeidsmarktregio’s, waarin gemeenten, UWV en sociale partners samenwerken;
- meer nadruk op preventie om instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen te verlagen;
- belemmeringen om te werken of bij te verdienen worden weggenomen, onder meer via een terugvaloptie;
- het stelsel moet ook bijdragen aan aantrekkelijker werkgeverschap.
Dit is een lang gewenste koerswijziging. Niet pas ingrijpen bij instroom in een uitkering, maar eerder in het verzuimproces. Voor casemanagers en HR-professionals betekent dit dat de kwaliteit van het eerste ziektejaar, waaronder interventies, belastbaarheid, passende arbeid en tempo, omhoog moet. Ook zal de stap naar preventie nadrukkelijker gezet moeten worden om verzuim waar mogelijk te voorkomen.
3. SER-MLT: arbeidsmarktpakket De SER-lijn is gericht op meer zekerheid voor flexwerkers, het terugdringen van draaideurcontracten en het aanpakken van schijnzelfstandigheid. In het coalitieakkoord staat dat de coalitie vrijwel volledig gehoor geeft aan de aanbevelingen uit het MLT-advies van de Sociaal-Economische Raad. Deze lijn vertaalt zich in drie concrete wetgevingssporen die al in voorbereiding zijn.
Meer zekerheid voor flexwerkers De Wet meer zekerheid flexwerkers is gericht op het beperken van tijdelijke constructies en het vergroten van voorspelbaarheid in werk en inkomen. Dit gebeurt onder meer door aanpassing van de ketenregeling, waarbij de tussenpoos van zes maanden wordt verlengd naar vijf jaar. Daarnaast worden oproepcontracten afgeschaft en vervangen door basiscontracten met meer zekerheid in de contractomvang.
VBAR: duidelijkere grens tussen werknemer en zelfstandige Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties bevat een aangescherpt toetsingskader voor de kwalificatie van arbeidsrelaties, gebaseerd op jurisprudentie van de afgelopen tien jaar. Daarnaast introduceert het een rechtsvermoeden van werknemerschap, waarbij bij lage uurtarieven de bewijslast verschuift richting de opdrachtgever. Ook worden sectorale rechtsvermoedens aangekondigd, met daarbij een toetsingscommissie.
De vraag of iemand werknemer of zelfstandig opdrachtnemer is, raakt rechtstreeks aan de verzekeringsplicht en daarmee aan toegang tot werknemersverzekeringen zoals de Ziektewet en de WIA. Ook de fiscale verschillen tussen werknemerschap en zelfstandig ondernemerschap zijn aanzienlijk.
BAZ: basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen De SER-lijn dat alle werkenden toegang moeten hebben tot inkomensbescherming komt terug in de voortzetting van de wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, met de mogelijkheid van een opt-out via een private arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Kenmerkende elementen van de BAZ zijn:
- focus op IB-ondernemers, waarbij de directeur-grootaandeelhouder buiten de verplichting valt;
- een minimumniveau van inkomensbescherming bij volledige arbeidsongeschiktheid, gekoppeld aan het wettelijk minimumloon;
- een sociaal-medische beoordeling op arbeidsvermogen, waarbij geen arbeidsongeschiktheid wordt aangenomen als nog een drempelfunctie kan worden uitgevoerd;
- de mogelijkheid tot opt-out bij aanwezigheid van een private arbeidsongeschiktheidsverzekering.
De opt-out vormde lange tijd een discussiepunt vanwege de uitvoeringscomplexiteit voor UWV en Belastingdienst. Het coalitieakkoord benoemt expliciet voortzetting van de BAZ met opt-out. Er geldt voorlopig een soepeler overgangsregime. Dit maakt dat zelfstandigen er goed aan doen om nu al een afweging te maken over een private arbeidsongeschiktheidsverzekering. Voor inkomensadviseurs ligt hier een duidelijke adviesopgave.
5. Transitievergoeding De compensatie van de transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid wordt voor alle werkgevers afgeschaft, dus ook voor kleine werkgevers. In eerdere plannen was afschaffing alleen voorzien voor middelgrote en grote werkgevers.
Daarnaast wordt de transitievergoeding sterker gekoppeld aan leven lang ontwikkelen. De besteding wordt gericht op scholing en mobiliteit, terwijl werkgevers lagere verplichtingen krijgen wanneer zij aantoonbaar hebben geïnvesteerd in ontwikkeling of re-integratie.
In de praktijk betekent dit dat de scheidslijn tussen arbeidsrecht en verzuim verder vervaagt. Scholing, inzetbaarheid en re-integratie worden steeds meer onderdeel van één samenhangende beleidslogica.
6. WW: activerender, hoger aan de voorkant, maar maximaal één jaar Het akkoord maakt de WW nadrukkelijk activerender binnen het werk-naar-werkmodel:
- een hogere uitkering in het begin;
- een maximale duur van één jaar;
- aangescherpte voorwaarden voor opbouw en verzilvering van rechten.
Vakbonden hebben in hun eerste reacties forse kritiek geuit. Zij wijzen erop dat de verkorting van de WW-duur de inkomenszekerheid van mensen die niet snel herplaatst worden onder druk zet en waarschuwen voor een grotere instroom in de bijstand. Als begeleiding, werkcentra, matching en scholing niet tijdig en goed functioneren, vergroot een kortere WW de kans op inkomensval en problematische schulden. Daarmee wordt dit onderwerp zowel politiek als maatschappelijk zeer gevoelig.
7. Stijging AOW-leeftijd met directe koppeling aan levensverwachting vanaf 1 januari 2033 Er was afgesproken dat per levensjaar dat de bevolking ouder wordt, de AOW-leeftijd met acht maanden zou stijgen. Deze afspraak vervalt per 1 januari 2033. Het coalitieakkoord bevat de expliciete keuze om vanaf die datum de AOW-leeftijd weer direct te koppelen aan de stijging van de levensverwachting, met als doel de betaalbaarheid van de AOW op lange termijn te borgen. Daarbij wordt benadrukt dat er aandacht moet zijn voor mensen met zware beroepen.
Ook op dit punt is sprake van stevige maatschappelijke weerstand. Vakbonden en seniorenorganisaties wijzen op de gevolgen voor mensen met zware beroepen en waarschuwen voor toenemende onzekerheid over het moment van pensionering.
Deze maatregel raakt direct aan duurzame inzetbaarheid, loopbaanbeleid en de discussie over langer doorwerken. De erkenning van zware beroepen is uitgesproken, maar de concrete uitwerking in instrumenten en regelingen is nog open.
Wat betekent dit akkoord voor de praktijk? Voor casemanagers en HR
- de VBAR vereist een bredere blik op arbeidsrelaties, inclusief sociale zekerheidsgevolgen;
- extra focus op het eerste ziektejaar, met aandacht voor tempo, interventies en dossierkwaliteit;
- preventie en psychosociale arbeidsbelasting worden minder vrijblijvend;
- voorbereiding op veranderende WIA-routes en selectiever herbeoordelen;
- integratie van scholing en inzetbaarheid in verzuimbeleid.
Voor inkomensadviseurs
- WW-verkorting en AOW-koppeling worden belangrijke factoren in inkomensplanning;
- de BAZ vraagt om zorgvuldig advies over opt-out en timing.
Samenwerking en politieke besluitvorming Hoewel het coalitieakkoord een duidelijke beleidsrichting schetst die voortborduurt op eerdere kabinetten, is het akkoord zelf geen wet.
Bestaande wetsvoorstellen moeten op onderdelen verder worden uitgewerkt en vervolgens worden aangenomen door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer. Dat vraagt per onderwerp om het vinden van meerderheden en politieke onderhandelingen. Nieuwe wetsvoorstellen rondom WW en WIA moeten nog worden uitgewerkt en dit zijn per definitie gevoelige dossiers, net als de wijziging van de AOW.
Daarnaast speelt Europese tijdsdruk. Nederland ontvangt middelen uit het Herstel- en Veerkrachtplan. Het totale bedrag kan oplopen tot 5,4 miljard euro. Voor het verkrijgen van deze middelen geldt dat afgesproken hervormingen en mijlpalen binnen vastgestelde termijnen gerealiseerd moeten zijn. Voor onderdelen zoals de zelfstandigenwet ligt die deadline al op korte termijn. Worden deze deadlines niet gehaald, dan kan dat leiden tot het mislopen van subsidies. Het nieuwe kabinet zal daarom snel tot concrete stappen moeten komen oftewel Aan de Slag.
Vriendelijke groet, Marjol Nikkels |